Wie hier vroeger kwam, kwam niet voor het uitzicht. Djúpalónssandur hoorde bij de vissersstations op de westpunt van Snæfellsnes, zoals Dritvík, en wie een plek op een boot wilde, moest op dit strand laten zien wat hij kon. Vrij vertaald betekent de naam „zand bij de diepe lagune”.
Tegenwoordig trekt het strand meer bezoekers dan bijna elke andere plek in het nationaal park Snæfellsjökull. Vanaf de parkeerplaats loopt een pad tussen lavarotsen omlaag naar de baai. Daar ligt een bank van zwarte, gladgesleten keien, van kippenei- tot vuistformaat, met rotspieken en roestige stukken ijzer ertussen.
De vier tilstenen
Langs het pad naar beneden liggen vier stenen waarmee kandidaat-vissers werden getest. Volgens de toeristische organisatie van West-IJsland wegen ze 154, 100, 54 en 23 kilo. Kreeg je de steen van 54 kilo niet van de grond, dan was je niet geschikt voor het werk op zee.

Veel bezoekers wagen nu zelf een poging. Til in dat geval met je benen en niet met je rug, en leg de steen terug waar hij lag: de stenen horen bij het cultureel erfgoed van het park.
De wrakdelen van de Epine
Tussen de keien liggen verroeste scheepsonderdelen, die je beslist niet mag meenemen. Ze zijn afkomstig van de Epine, een Britse trawler uit Grimsby met registratienummer GY 7. In de nacht van 12 op 13 maart 1948 liep het schip vlak bij de kust aan de grond. Van de 19 opvarenden kwamen er 14 om, vijf overleefden het. De resten blijven liggen als gedenkplaats.
Klim niet op de ijzeren delen: ze hebben scherpe randen en maken deel uit van een gedenkplaats voor de omgekomen bemanning van de Epine.
Het pad naar Dritvík
Vanaf het strand gaat een pad noordwaarts over een lavarug naar de naburige baai Dritvík. Het is een kilometer lang; de parkbeheerder rekent op twintig minuten. In Dritvík lag een van de vissersstations van de westpunt, en de parkbeheerder rekent die plek tot de cultuurmonumenten van het park.

Heb je meer tijd, dan kun je de langere route via Einarslón naar Malarrif lopen: zes kilometer, twee tot drie uur, langs lavavelden en meertjes vlak achter de kust. Het park geeft beide paden het label „Demanding”, wat hier op middelzwaar neerkomt: oneffen ondergrond, maar geen klauterpassages. Meer routes vind je onder wandelen op Snæfellsnes.



Veilig op het strand
Zwemmen is op Djúpalónssandur geen optie. De golven komen onafgeremd uit de open Atlantische Oceaan en rollen verder de keienbank op dan je verwacht. Als het water terugloopt, trekt het hard, en de ronde keien schuiven onder je voeten weg. Ga dus niet tot aan de waterlijn, ook niet voor een foto, en houd kinderen aan de hand. Bij storm is zelfs het pad door de lavakloof al geen pretje.
Het alarmnummer in heel IJsland is 112. De app van Safetravel stuurt daarbij je locatie mee. De overige regels voor het nationale park staan onder regels en veiligheid.
Route en benodigde tijd
Djúpalónssandur ligt aan weg 574, 207 kilometer van Reykjavík; zonder stops ben je ongeveer drie uur onderweg. Vanaf Arnarstapi is het 16 kilometer, vanaf Hellissandur aan de noordkust 24 kilometer. Op de parkeerplaats staan toiletten die dag en nacht open zijn. Reken voor strand en tilstenen op drie kwartier, met Dritvík erbij op ruim een uur.
Zonder auto kom je hier met veel dagtours vanuit Reykjavík. Wil je de lunch al geregeld hebben, dan is er de tour in kleine groep vanuit Reykjavík met lunch. Het strand laat zich goed combineren met de lavagrot Vatnshellir, op slechts zes minuten rijden.

Vanuit Reykjavík: het schiereiland Snæfellsnes in één dag
Djúpalónssandur ligt helemaal aan het westelijke uiteinde, ruim 200 kilometer van Reykjavík. De vaakst geboekte dagtour rijdt er heen en terug.
Veelgestelde vragen
Hoe zwaar zijn de stenen op Djúpalónssandur?
154, 100, 54 en 23 kilo. Wie de steen van 54 kilo niet kon optillen, werd vroeger ongeschikt geacht voor de vissersboten.
Van welk schip is het wrak op Djúpalónssandur?
Het gaat om delen van de Britse trawler Epine GY 7 uit Grimsby, die in maart 1948 in de buurt strandde. Er kwamen 14 zeelieden om, vijf werden gered.
Kun je op Djúpalónssandur zwemmen?
Nee. De branding en de terugtrekkende stroming zijn gevaarlijk; blijf boven de waterlijn.
Verder langs route 54
Foto's op deze pagina
- De tilstenen van Djúpalónssandur · Foto: Emstrur · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
- De baai Dritvík naast Djúpalónssandur · Foto: michael clarke stuff · CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons
- Wrakstukken van de Epine op het strand, juli 2007 · Foto: Rob Oo from NL · CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
- Rotsen en poelen bij Djúpalónssandur · Foto: Giuseppe Milo · CC BY 3.0 · 500px (via Wikimedia Commons)
- Lóndrangar aan de zuidkust van de westpunt, mei 2023 · Foto: Jakub Hałun · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
- Kirkjufell en Kirkjufellsfoss tussen regen en zon, juli 2024 · Foto: Jakub Hałun · CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
- Trap in de lavatunnel Vatnshellir · Foto: David Jones from Isle of Wight, United Kingdom · CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
- De krater Saxhóll op de westpunt · Foto: Zil · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
- Ólafsvík en zijn haven vanuit de lucht, juni 2017 · Foto: Chensiyuan · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
- Djúpalónssandur van bovenaf · Foto: Bultro · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Laatst gecontroleerd: 21 oktober 2026 · Redactie snaefellsnes.info · Zo werken we

Vatnshellir
Nationaal park en westpunt
Ólafsvík · Rif · Hellissandur